Atjeh, tien jaar na de tsunami

Op tweede kerstdag 2004 overspoelde een alles vernietigende tsunami grote delen van de kusten in Zuid en zuidoost Azië en zelfs Oost Afrika. Ongetwijfeld was de ramp het grootst in de provincie Atjeh in het noorden van het Indonesische eiland Sumatra. De tsunami eiste hier naar schatting 150.000 slachtoffers.                                                                                                                 Deze maand is de ramp tien jaar geleden. Nog steeds heeft de hoofdstad Bandah Aceh zich niet helemaal hersteld, al is het centrum weer helemaal herbouwd en bestaat er zelfs een soort tsunamitoerisme. Aan de kust zie je nog steeds resten van weg gespoelde huizen en er is de intussen beroemde vissersboot die door de vloedgolf op het dak van een huis is geworpen. Nog tragischer zijn de massagraven met vele duizenden niet geindentificeerde slachtoffers. Ik maakte twee jaar geleden een reportage over het huidige Bandah Aceh.

IMG_2308 TIMG_2543

Tsunamimuseum

IMG_2348

Nederlands kerkhof uit de koloniale tijd. Helemaal opgeknapt na zware beschadiging tijdens de tsunami.

IMG_2371

Massagraf voor slachtoffers van de tsunami

IMG_2377 IMG_2378

Resten van verwoeste huizen

IMG_2405 IMG_2406

De vissersboot op het huis, foto van vlak na de ramp en van nu

IMG_2408 IMG_2381

Advertenties

Book “Faces of Myanmar”

Myanmar is not only interesting for its temples and beautiful landscapes – it’s the people that make the country so very unique

I recently published “Faces of Myanmar, a 50 pages Photobook with portraits of ordinary people in Myanmar/Birma. The portraits are very lively and show the Birmese in their daily life, in the street, in market, on trains and boats, in temples and many other locations.

A preview of 15 pages can be seen on http://nl.blurb.com/b/4523044-faces-of-myanmar

Price: hard copy:  € 25   E-book:  € 7,99

Order direct:  http://nl.blurb.com/b/4523044-faces-of-myanmar                                              or mail to: spiertz@spiertzfoto.nl

Op zoek naar Batavia

Ruim driehonderd jaar lang was Batavia de hoofdstad van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) en van Nederlandsch Indië. Vandaag de dag heeft de metropool Jakarta een groot deel van wat ooit de “koningin van het oosten” werd genoemd opgeslokt en uitgewist. Maar niet alles is verdwenen. Het oorspronkelijke Raadhuisplein met het Gouvernementsgebouw, het postkantoor en het Café Batavia is zelfs helemaal opgeknapt en bijna iedereen die Jakarta gaat verkennen komt er vroeg of laat terecht. Met de living statues doet de sfeer hier denken aan de Dam.                                                                          Ik maak een rondje en duik café Batavia in om wat koloniale sfeer te snuiven bij de jaren ’40 inrichting en een collectie foto’s van de Oranjefamilie rond 1950. Origineel is het café echter niet want het blijkt pas in 1992 te zijn opgericht, maar de koloniale stijl is goed getroffen.

Interessanter is het om het verdwenen Batavia te zoeken in de richting van de haven. Ik loop naar het Kali Besarkanaal. Dit is een groot kanaal dat uitloopt in de Sungai Ciliwungrivier. Ooit was dit dé grote toegangsweg tot Batavia. Hier vertrokken de boten vol voorraden terug naar Nederland. Kali Besar is nu een verwaarloosde gracht waarin stinkend afval drijft. Vreemd genoeg zijn aan de kaden enorme schijnwerpers geplaatst om dit treurige verval ’s avonds nog eens goed te verlichten. Vroeger stonden langs het kanaal de grote handelshuizen en kantoren van Nederlandse firma’s. Sommige van die prestigieuze panden zijn vervallen en deels ingestort of dicht gespijkerd. Hier en daar scharrelen een paar daklozen rond die misschien in deze gebouwen overnachten.          Even verderop stuit ik op een ophaalbrug naar Amsterdams model, de Hoenderpasarbrug. Deze brug dateert uit 1628 en wordt zo genoemd omdat in vroeger eeuwen op deze plek traditioneel de groenten- en hoendermarkten werden gehouden. Vlak naast de brug loopt een lawaaierige verkeersweg.

Nog dichter bij de haven vind ik een gebouw dat een voormalig logement voor zeelieden van de VOC moet zijn geweest. Het bestaat uit lange rijen kamers en er blijken nu veel arbeidsmigranten uit andere delen van Java te wonen. Voor de meeste kamers hangt een kooitje met een vogel en enkele mannen zijn bezig met de verzorging van hun vogel. Het is me al eerder opgevallen hoe gek Javanen zijn op het houden van een vogel in een piepklein kooitje.

Verderop is een voormalige timmerwerkplaats van de VOC die helemaal is gerestaureerd en waarin nu een het VOC restaurant is gevestigd. Ik eet er een smakelijke gado gado en dool nog verder het havengebied in. Ik kom langs het restant van een fort waarvan nog een gerestaureerde toren overeind staat, steek een drukke weg over en kom in een armoedige buurt waar zich de oude vismarkt blijkt te bevinden, herkenbaar aan het rode pannendak. Er wordt nog steeds vis verhandeld, maar op dit moment niet omdat het al middag is.          De hal oogt bouwvallig en het dak zit vol gaten. Een groepje mannen heeft een hoekje van de hal als woon en slaapkamer ingericht, compleet met een TV. Als ze horen dat ik uit Nederland kom vinden ze het geen probleem als ik ze fotografeer in hun povere woonomgeving. Een van de mannen wijst op het dak en roept “Belanda, Belanda……”                                                                                              Blijkbaar is men nog niet vergeten dat deze gebouwen van Nederlandse oorsprong zijn. Het marktcomplex blijkt nog een paar uitlopers te hebben en ik loop gebukt door een smalle donkere gang en kom bij met houten schotten afgetimmerde hokken waarin ook mensen schijnen te wonen. Ik wordt begroet met selamat siang en allerlei nieuwsgierige vragen in het Bahasa waarop ik geen ander antwoord weet  dan: “I am from Belanda…”                                                                                  Dat ene woord laat steeds een lach verschijnen op de gezichten want loopt hier niet vaak een blanke rond. Op een of andere manier ervaar ik de geest van Batavia op deze plek sterker dan op het toeristisch opgepoetste Stadhuisplein. Deze sloppen rond de haven staan op historische grond en het leven is er sinds de tijd van de VOC gewoon steeds door gegaan. Altijd zijn er mensen geweest die de oude gebouwen bleven gebruiken en in leven hielden. Als markt, als krotwoning of slaapplaats en mogelijk ook voor dingen die men liever voor het daglicht verborgen hield.                                                                                         .

Het is niet toegestaan om foto’s zonder toestemming te kopiëren of te downloaden

Klik op de foto voor een vergroting

indonesie-3626

Het voormalige Gouvernementsgebouw

indonesie-3627

Nederlandstalige bordjes in het gebouw waar vroeger de Nederlandsche Handels Maatschappij was gevestigd.

indonesie-3641

Café Batavia

indonesie-3684

Toren van voormalig fort bij de haven

indonesie-3654

Kali Besar, de belangrijkste gracht ten tijde van Batavia

indonesie-3708

De Hoenderpasarbrug

indonesie-3649

indonesie-3670

Het VOC restaurant in de voormalige timmerwerkplaats

indonesie-3659

bewoner van voormalig logement voor zeelieden van de VOC

indonesie-3697Daklozen wonen in en om de vismarkt

indonesie-3694

indonesie-3709

indonesie-3637

Voormalig groot warenhuis in het centrum van Batavia

Lake Toba en de Bataks

Lees het hele verhaal over de Bataks onder de knop Teksten hier boven

De dagen begonnen aan het Tobameer steeds met een koele ochtend met stralend weer, daarna werd het rond het middaguur warm en merkte je dat de vochtigheid toenam. Als de middag op zijn eind liep was er genoeg water uit het meer verdampt waardoor dikke wolken boven de bergen ontstonden en dan begon het even later soms te regenen, maar nooit lang. Er was op dat tijdstip steeds een heel speciaal licht boven het water rond dat tijdstip dat ik probeerde te fotograferen.

Op een dag maakte ik een ritje op een mountainbike maar de vochtige    middagwarmte maakte fietsen tamelijk zwaar dus een volgende dag huurde ik een brommer en verkende daarmee de Batakdorpen in de omgeving. Opvallend waren de longhouses, die soms mooi en goed onderhouden en soms in vervallen staat verkeerden, en vooral ook de vele grafmonumenten langs de wegen en aan de rand van de dorpen.                                                                                                        Bij de Bataks hebben de doden hun eigen plaats, aan de rand van het dorp, en hun huisvesting is van groot belang. Het zijn vaak complete familiemausolea met een merkwaardige soms bizarre architectuur en een mengsel van christelijke symbolen (een kruis) en magische voorstellingen zoals maskers en dieren.

Lees het verslag verder onder Teksten op de knop boven in de menubalk

Klik op een foto om te vergroten / kopieer geen foto’s van deze blog zonder toestemming van de fotograaf

Onderweg naar het TobameerIMG_3049

IMG_3184

IMG_3121

IMG_3124

Traditionele longhouses van de Batak

IMG_3230 IMG_3186 IMG_3195

Batakse grafmonumenten

IMG_3112 IMG_3213 IMG_3201

Batakfamilie bij hun huis

IMG_3150

Batakmannen spelen graag de hele dag domino

IMG_3141

Spelende kinderen in TuktukIMG_3164

Mijn “bungalow” aan het Tobameer

IMG_3222

Kuala Lumpur

Ik had slechts anderhalve dag in Kuala Lumpur te besteden. Achteraf te weinig, maar ik zat vast aan een al geboekt vliegticket naar Indonesië.                                   Een van de leukste dingen van reizen is wanneer je een onverwachte verrassing op je pad krijgt. Kuala Lumpur was zo’n aangename verrassing.

Kee El, zoals de stad hier genoemd wordt, is een metropool, hoewel niet eens zo groot op wereldschaal maar met een allure en een lef qua architectuur die bewondering afdwingt. Ik bleef vanzelf door fotograferen en ik viel van de ene verrassing in de andere.
Fascinerend zijn de contrasten van de wolkenkrabbers en de kantoortorens met de  oude buurtjes zoals Chinatown. Als je bedenkt dat hier tot 1860 alleen maar oerwoud was tot een groepje Chinese avonturiers hier naar tin begon te graven.
In anderhalve eeuw is die nederzetting aan een rivier boordevol malariamuskieten uitgegroeid tot deze wereldstad.
De skyline is sensationeel, vooral dankzij de Petronas Twin Towers die lijken op twee raketten die klaar staan om gelanceerd te worden en die tussen 1998 en 2005 de hoogste gebouwen ter wereld waren.
Ondanks dat is het geen stenen jungle. Er is veel groen en de hoogteverschillen maken dat je steeds weer vanuit een andere hoek of gezichtspunt tegen de vele wolkenkrabbers aankijkt.                                                                                              Aan de voet van de Twin Towers ligt het Petronas Park, een vriendelijke oase tussen al het glas en beton. Het is er heel druk op zaterdagmiddag. In de speeltuin en in het ondiepe zwembad spelen kinderen. Tieners zitten in het gras met hun telefoontjes te spelen en op een tenniscourt wordt een partijtje gespeeld.
De sfeer is ontspannen. De islam is hier gematigd ook al zie je sporadisch een boerka. De meeste mensen zijn echter westers gekleed. Dat verandert opeens wanneer er een  optocht het park nadert. Ik denk eerst dat het een demonstratie is, maar het ziet er eerder ludiek uit. De groep van enkele honderden mensen hebben geverfde gezichten, soms grappige maskers en dragen stukken papier met teksten.
Een Engels sprekende man legt me uit dat het de jaarlijkse Dag van de Sarong is. Ik zie dat bijna alle deelnemers inderdaad de traditionele Maleise sarong dragen, een doek van het middel tot onder knie. De oude klederdracht in ere houden, zo iets moet het idee zijn.
klik op een foto voor vergroting / kopiëren niet toegestaan zonder toestemming
IMG_2290 IMG_2117 IMG_2267 IMG_2259 IMG_2249 IMG_2239 IMG_2143
IMG_2286Sarongparty in Petronas Park. Bijna allemaal in sarong gekleed.

Faces of Myanmar

Mijn nieuwe serie Faces of Myanmar bestaat uit close ups van mensen. Onderweg in de bus, op de boot of wandelend op een markt, op een drukke straat in de stad of op een avond bij een tempel koos ik mijn “slachtoffers” snel en op gevoel. Het was vaak een geinteresseerde blik of een glimlach, de meest voorkomende groet in Myanmar. Maar het kon ook een objectief iets zijn zoals leeftijd, kleding of geslacht waardoor een foto kon bijdragen aan het beeld van veelzijdigheid van de Birmese bevolking.

Ik kreeg steeds meer plezier in de opdracht die ik mezelf had geven doordat hij zoveel korte ontmoetingen opleverde. Op een paar te verlegen meisjes na en een politie-agent na  reageerde iedereen positief en soms zelfs vereerd of dankbaar dat ik diegene had uitgekozen.

De mensen, dat is meer dan wat ook wat Myanmar uniek maakt. De Birmezen komen uit een decennia durende duisternis van onderdrukking en isolement. Internet is voor de meesten nog onbekend. Zonder vragen of wantrouwen gaven vrijwel alle mensen die ik aansprak mij hun beeld.                                                       Ik heb de serie die ik voorlopig Faces of Myanmar noem niet van tevoren bedacht. Het waren de Birmezen die mij dit onderwerp gaven.

Hierbij een keuze uit de naar schatting 60 – 80 gezichten die ik in Myanmar trof.

IMG_1600 IMG_1375 IMG_1759 IMG_1644 IMG_1506 IMG_1118 IMG_0693 IMG_0690IMG_0893 IMG_1061

De trein naar Hsipaw

In Hsipaw rijdt elke dag om half vier, of meestal later, de trein uit Mandalay binnen. Ook komt er dagelijks een trein in de omgekeerde richting. Minstens een uur van tevoren zitten de verkopers van fruit en andere etenswaren al klaar op het perron. De  vier of vijf ouderwetse verbleekte lichtblauwe en roodachtige wagons worden getrokken door een diesel. De trein rijdt over een enkele smalspoorlijn die ook dateert uit de koloniale tijd. De rails sluiten na al die jaren niet meer zo precies recht op elkaar aan waardoor de wagons af en toe enorm slingeren en schokken. Het is vrijwel onmogelijk om tijdens het rijden door de trein te lopen ook al rijdt hij niet harder dan zo’n veertig kilometer per uur. Soms lijkt hij zelfs bijna te ontsporen

lees verder onder teksten (zie menu boven)

klik op een foto voor vergroting

IMG_1551IMG_1552 IMG_1591 IMG_1725 IMG_1739 IMG_1756